borstreconstructie eigen weefsel

BORSTRECONSTRUCTIE MET EIGEN WEEFSEL

Een borstreconstructie met eigen weefsel verwijdert dit weefsel elders in het lichaam en transplanteert het naar de plaats waar de borst werd verwijderd. Hierbij komt microchirurgie aan te pas om de bloedvoorziening te herstellen.

Men is in staat om op verscheidene plaatsen (huid- en vet)weefsel te verwijderen zoals buikregio, bilregio, lage rugregio en dijregio.

WAT HEEFT MEN NODIG?

Om de borst te reconstrueren heeft de chirurg in essentie twee weefsels nodig: huid en vetweefsel. De borst bestaat immers uit huid (samen met tepelhof) en de borstklier (samen met tepel). De borstklier bestaat hoofdzakelijk uit vetweefsel.

Een borstklier heeft een bepaalde “voetafdruk” op de borstkas, heeft een welgedefinieerde projectie en vorm. Met uw eigen weefsel kan die vorm zeer goed gemodelleerd worden in tegenstelling tot een prothese dewelke een vaste vorm heeft en een vast volume.

Bij de techniek worden onderliggende structuren (zoals de spier) onaangeroerd gelaten. Door het intact laten van de onderliggende spieren blijft hun functie intact en treedt dus geen verzwakking op.

De specifieke benaming voor dit type weefselflappen is de perforator flap.

WAAR HAALT MEN WEEFSEL?

De meest frequente plaats om weefsel te nemen is de buikregio (DIEP flap). Men haalt hier huid- en onderhuids vetweefsel weg en transplanteert dit naar de borstregio. Men kan een grote hoeveelheid weefsel verwijderen ter hoogte van de buik om een  aanzienlijk volume te reconstrueren. Uiteraard dient men voldoende weefsel voorhanden te hebben alhier.

Een alternatief is de bilregio (SGAP flap). Ook hier kan men huid- en vetweefsel verwijderen om de nieuwe borst te maken. Daarnaast hebben we nog de lage rugregio (LUMBAR flap) en de dijregio (PAP flap).

Het merendeel van de borstreconstructies met eigen weefsel wordt uitgevoerd met de DIEP flap (dit moet ongeveer 80% zijn).

DE VERSCHILLENDE STAPPEN

Een borstreconstructie met eigen weefsel bestaat uit verschillende stappen. Eerst wordt de borst gereconstrueerd met uw eigen weefsel (dit kan een DIEP, SGAP, LUMBAR of PAP flap zijn). Dit is de zwaarste ingreep. Nadien volgt een herstelperiode van 6 weken waarbij men (zware) fysische inspanningen best vermijdt om alles goed te laten genezen en spanning op de littekens vermijdt.

Nadien wordt er 4 tot 6 maanden gewacht om bijkomende correcties uit te voeren. Deze correcties gebeuren meestal in dagkliniek en hebben als doel de definitieve vorm en symmetrie tussen beide borsten te bereiken. Het kan bestaan uit bv het verkleinen van de niet-geopereerde borst, het liften van de niet-geopereerde borst, het remodelleren (verkleinen, vergroten, liften) van de gereconstrueerde borst, littekencorrecties, etc.

Na deze stap wordt dan 2 maand nadien de tepelreconstructie uitgevoerd onder lokale verdoving en nog eens 2 maand later de tepeltatoeage.

De chirurg zal deze stappen inlassen omdat de weefsel moeten versoepelen na de ingreep. De geopereerde regio’s kunnen na de ingreep soms wat harder aanvoelen en gezwollen zijn. Dit vraagt tijd om weg te ebben. Ook zal de gereconstrueerde borst verder uitzakken de komende maanden door het versoepelen en als gevolg van de zwaartekracht. Dit is de reden waarom gewacht wordt met de tepelreconstructie omdat anders het risico bestaat dat de tepel zich niet op de correcte plaats bevindt.

Samengevat hebben we dus:

  • de eigenlijke borstreconstructie
  • de correcties of remodellage (6 maand later)
  • de tepelreconstructie (2 maand later) – zie link
  • de tepeltatoeage (2 maand later)