Borstafwijkingen

Afwijkingen van de borst kunnen uitgesproken of mild zijn. Bij de behandeling van een borstafwijking moet men volgende anatomische kenmerken nagaan: (1) de voetafdruk van de borst op de borstkas, (2) ontwikkeling van de huid rond de borst, (3) borstvolume, (4) stand van de tepels, (5) grootte tepelhof, (6) afwijkingen van de borstkas.

Gezien het klinisch zeer verschillend voorkomen van een borstasymmetrie bestaan verschillende opties om dit te behandelen. Dit zal uitvoerig besproken worden op de raadpleging.

TUBEREUZE BORST

Een tubereuze borst ("trechter" borst) is een aangeboren afwijking van de borst. Kenmerken zijn een prominent tepelhof en verbreed tepelhof. Ook de onderpool van de borst is onderontwikkeld en de huid komt strak over. Er is een slechte volumeverdeling van het borstkliervolume. Bij strakke huid dient soms eerst een expander geplaatst te worden. Nadien kan volume toegevoegd worden met lipofilling of een prothese. Bij mildere vormen kan men een prothese plaatsen of vetinjecties uitvoeren. In eenzelfde operatieve tijd kan men eveneens de littekenstrengen in de borstklier doorsnijden zodat de huid voldoende uitzet in de onderpool. Vaak zal het tepelhof ook verkleind worden.

ONDERONTWIKKELD BORSTVOLUME

Onderontwikkeld borstvolume kan variëren van matig tot praktische afwezigheid van de borstklier. De borstklier ontwikkelt niet volledig omwille van hormonale afwijkingen. Oplossing is volume toevoegen door een prothese of met vetinjecties. De aandoening kan éénzijdig of beiderzijds voorkomen.

ASYMMETRIE VAN DE BORSTEN

Een asymmetrie tussen beide borsten is frequent. De graad van asymmetrie kan zeer verscheiden zijn. Bij uitgebreide asymmetrie kunnen soms verscheidene ingrepen nodig zijn om een goede symmetrie te bekomen tussen beide borsten. Dit kan gaan van lifting, toevoegen van volume door prothese of lipofilling of verkleinen van de borst.