Autologe borstreconstructie

Een borstreconstructie met eigen weefsel wordt een autologe borstreconstructie genoemd. De chirurg zal huid- en vetweefsel verwijderen elders in het lichaam en met microchirurgie transplanteren naar de borstkas. Een borstreconstructie kan onmiddellijk plaats vinden op het moment dat de borst verwijderd wordt of laattijdig nadat eerder in het verleden de borst verwijderd werd.

MICROCHIRURGIE

Bij een borstreconstructie met eigen weefsel wordt er met microchirurgie een nieuwe borst gereconstrueerd. De chirurg zal met operatie loupes de weefselflap verwijderen. Deze weefselflap (DIEP, SGAP of LUMBAR flap) zal hij "aanschakelen" aan de bloedvaten naast het borstbeen. Hiervoor zal hij gebruik maken van de operatiemicroscoop.

»Lees meer over microchirurgie

De DIEP flap

De DIEP flap verwijdert huid- en vetweefsel uit de buikregio. Het is de meest gebruikte weefselflap om de borst met eigen weefsel te reconstrueren.

»Lees meer

De LUMBAR flap

De LUMBAR flap verwijdert huid- en vetweefsel uit de lage rugregio. Het is een alternatief voor de DIEP flap wanneer deze niet beschikbaar is.

»Lees meer

De SGAP flap

De SGAP flap verwijdert huid- en vetweefsel uit de bilregio. Het is eveneens een alternatief voor de DIEP flap of de LUMBAR flap wanneer deze niet mogelijk zijn.

»Lees meer

Verloop van autologe borstreconstructie

VOOR DE INGREEP

Voor de ingreep bekijkt de chirurg samen met u welke de mogelijkheden zijn en waar weefsel kan verwijderd worden om de borst te reconstrueren. Doel van de ingreep is niet alleen de borst te reconstrueren maar even belangrijk is u geen last te berokkenen op de plaats waar het weefsel verwijderd werd. Last of ongemak kan ontstaan doordat bv teveel weefsel verwijderd werd en er een spanningsgevoel optreedt dat persisteert. Een spanningsgevoel na de ingreep is normaal maar verdwijnt progressief als de weefsels terug versoepelen.

Bij een onmiddellijke reconstructie dient geen huid hersteld te worden want de oorspronkelijke huid van de borst kan bewaard worden. Enkel de borstklier wordt verwijderd indien dit oncologisch aanvaardbaar is. Bij preventieve borstamputatie omwille van genetische belasting is dit zeker het geval. Bij een laattijdige reconstructie (borst werd in het verleden verwijderd) dient in de meerderheid der gevallen de huid mee gereconstrueerd te worden.

Uw medische voorgeschiedenis wordt grondig doorgenomen en risicofactoren aangehaald (roken, ouderdom, aandoeningen, diabetes, zwaarlijvigheid,...). Belangrijk is dat u goed begrijpt hoe de ingreep verloopt en wat de planning is. Informeer u grondig vooraleer de beslissing genomen wordt en schrijf al uw vragen op. De patiënt wordt minstens 2 maal op de raadpleging gezien om duidelijk geïnformeerd te worden.

Indien besloten wordt de borst te reconstrueren met een DIEP, LUMBAR of SGAP flap zal de chirurg een angio CT scan onderzoek aanvragen. Dit onderzoek visualiseert alle bloedvaten ter hoogte van de weefselflap en bepaalt de locatie, de kwaliteit en het verloop van deze bloedvaten (perforanten genoemd). U wordt na dit onderzoek terug gezien op de raadpleging om de resultaten te bespreken. Dit onderzoek vindt plaats in het Stedelijk Ziekenhuis te Aalst. De radioloog heeft er een jarenlange ervaring opgedaan met dit onderzoek en is de pioneer van dit onderzoek dat samen met de dienst plastische chirurgie van het UZ Gent werd geïntroduceerd.


DE INGREEP

Een unilaterale borstreconstructie (één borst) duurt gemiddeld 4 tot 6 uur. Een bilaterale borstreconstructie (beide borsten) duurt tot 8 uur. Mensen maken zich dikwijls ongerust over de duur van de ingreep maar dit is verwaarloosbaar. Belangrijk is dat de ingreep onder goede omstandigheden verloopt. Net voor de ingreep zal de chirurg enkele aantekeningen maken op de borst alsook op de plaats waar het weefsel verwijderd wordt (buik, rug of bil). Een LUMBAR of SGAP flap begint in buiklig om de flap te verwijderen. Nadien wordt de patiënte gedraaid in ruglig om de eigenlijke reconstructie uit te voeren. Bij een DIEP flap verloopt alles uiteraard in ruglig.

De avond van de ingreep verblijft men 1 nacht op de dienst intensieve zorgen of de ontwaakzaal (PACU). Dit heeft niets te maken met de zwaarte van de ingreep maar is enkel aangewezen omdat de verpleging getraind is om de doorbloeding van de flap te beoordelen. De borstreconstructies die goed blijven gedurende de eerste nacht blijven over het algemeen goed postoperatief. Bijkomend voordeel is dat de ontwaakzaal of intensieve zorgen gelegen is bij het operatiekwartier. Mochten er zich problemen voordoen met de doorbloeding van de weefselflap kan onmiddellijk ingegrepen worden en gaat geen tijd verloren met het transport van de patiënte van de kamer naar het operatiekwartier.

Daags nadien mag u naar de kamer en het verblijf in het ziekenhuis bedraagt een vijftal dagen. Op regelmatige tijdstippen zal de verpleging de doorbloeding van de flap blijven beoordelen. Onmiddellijk na de ingreep is dit om het uur en vanaf dag 1 na de ingreep wordt dit herleid tot een controle om de 2 uur en de daaropvolgende dagen om de 3 à 4 uur.


NA DE INGREEP

De revalidatie na een borstreconstructie bedraagt 6 weken en is sterk individueel verschillend. Gedurende die periode dient u sportactiviteiten te mijden en geldt een hef- en tilverbod. Kleine huishoudelijke taken kunnen toegestaan worden maar probeer vooral te herstellen van de ingreep en voorzie wat hulp de eerste 2 weken na de ingreep. U mag geen autorijden gedurende 3 weken na de ingreep. Ook wordt een steunbh aangemeten die gedurende d 3 weken dient gedragen te worden dag en nacht. Nadien mag een beugelbh gedragen worden. Roken is absoluut uit den boze en gaat zorgen voor een zeer slechte wondgenezing en afsterven van weefsels.


BIJKOMENDE CORRECTIES

Na de eigenlijke borstreconstructie wordt er 6 maanden gewacht vooraleer bijkomende ingrepen plaats vinden. Dit om de wonden te laten helen en de weefsels te laten versoepelen. Na die rustperiode zal gekeken worden welke ingrepen moeten gebeuren om een symmetrie te bekomen tussen de gereconstrueerde borst en de gezonde borst. Dit kan bestaan uit het verkleinen, liften of vergroten van de gezonde borst of uit het corrigeren van de gereconstrueerde borst. Na deze correcties zal een 2-tal maand nadien de tepelreconstructie uitgevoerd worden.


MOGELIJKE COMPLICATIES

Mogelijke complicaties bij microchirurgie zijn: volledig verlies van de flap (1 à 2 %) (hoger bij SGAP of LUMBAR gezien technisch moeilijker), deels afsterven van de flap (5%) (omwille van anatomie), flebitis (3%), longembolie (< 0.5 %), wondproblemen of infectie. Buikwandverzwakking is duidelijker minder in vergelijking met de TRAM flap ingreep (0.3 - 0.8%). Huidnecrosis van de mastectomie kan ook voorkomen bij agressieve wegname van de borstklier. Complicaties zijn frequenter bij patiënten met zwaarlijvigheid, diabetes of na bestraling. Roken is een absolute tegen indicatie om de ingreep uit te voeren. Ook ex-rokers blijven gevoelig voor een verhoogd risico op complicaties (slechte bloedvaten).

TERUGBETALING

Volgens de nieuwe wetgeving is een borstreconstructie met eigen weefsel aan de hand van microchirurgie volledig terugbetaald. Er worden geen esthetische erelonen aangerekend.

ONMIDDELLIJKE RECONSTRUCTIE NET NA DE INGREEP

Bij een onmiddellijke reconstructie zal de oorspronkelijke huid van de borst bewaard blijven. De chirurg zal enkel een stukje huid bewaren van de weefselflap om de overleving van de flap te kunnen beoordelen. Dit stukje huid wordt bij de correcties verwijderd of er wordt een tepel van gemaakt indien nodig.

Uit dit huideiland kan een tepel gereconstrueerd worden. Het oorspronkelijk tepelhof werd bewaard. Uiteindelijk vindt men een verticaal litteken terug op de borst.

Na de tepelreconstructie kan de tatoeage van de tepel gebeuren; dit een tweetal maanden erna.

LAATTIJDIGE RECONSTRUCTIE NET NA DE INGREEP

Bij een laattijdige reconstructie moet in de meerderheid der gevallen ook de huid van de oorspronkelijke borst hersteld worden. Daarom laat de chirurg het merendeel van de huid van de weefselflap intact. Wat zichtbaar is ter hoogte van de borst is dus huid van de weefselflap.

De tepel wordt gereconstrueerd op de weefselflap.

De tepel wordt nadien ook getatoeëerd.