Breast augmentation with implants

The standard approach in breast augmentation is the usage of an implant to add volume and projection to the breast. The breast implant is positioned behind or in front of the pectoral muscle.

The standard breast augmentation procedure augments the breast volume with a breast implant. The implant is inserted in front or behind the pectoral muscle. The choice for a certain position depends on the available volume of the breast gland to ensure maximal coverage of the implant.

A breast implant is a foreign material and consists of silicone. The human body reacts to a foreign material through the formation of scar tissue. A capsule is formed around the implant over time and can result in discomfort if excessive scarring occurs.

The implant was inserted behind the pectoral muscle because of several reasons:

better implant coverage, mainly in the upper pole.

Een borstprothese is in feite vreemd materiaal en bestaat uit silicone. Het menselijk lichaam reageert op een vreemd materiaal door littekenvorming. Na het plaatsen van een borstprothese manifesteert zich dit door de ontwikkeling van een kapsel (dat bestaat uit littekenweefsel) rondom de prothese. Op lange termijn kan dit soms voor ongemak en problemen vormen.

Een prothese werd achter de spier geplaatst voor verscheidene redenen:

  • betere bedekking van de prothese (vooral aan bovenpool)
  • minder kapselvorming (of littekenvorming)

Men kan hierbij enkele bedenkingen maken. Een prothese achter de spier is niet of minder bedekt aan de onderpool en buitenkant van de borst. Een prothese achter de spier gaat niet het decolleté extra accentueren en over verloop van tijd kan dit zelfs leiden tot een verwijden van het decolleté. Door de werking van spier gaat de prothese de neiging hebben om naar de buitenkant van de borst te glijden.

Een positie achter de borstspier kan ook leiden tot spieranimatie waarbij bij aanspannen van de borstspier de prothese zichtbaar mee beweegt.

Dat er minder kapselvorming zou zijn bij een plaatsing achter de spier is niet aangetoond. Kapselvorming hangt vooral af van een zuiver en steriel operatieveld. Bloedresten die achter blijven gaan de reden zijn waarom kapselvorming meer uitgesproken wordt.

De meest logische locatie om een prothese te plaatsen is voor de spier; de borstklier bevindt zich immers ook voor de borstspier. Dit is immers de plaats waar het volume zich zou moeten bevinden. Om een zo natuurlijk mogelijk resultaat te bekomen en de nadelen verbonden aan een positie achter de spier te omzeilen kan de ingreep gecombineerd worden met een lipofilling procedure.

Met lipofilling zal vetweefsel onderhuids geïnjecteerd worden en wordt zo een betere bedekking bekomen van de prothese. Met lipofilling kunnen ook specifieke zones van de borst behandeld worden zoals bv het decolleté.