DIEP flap verloop

Onmiddellijke reconstructie

Een primaire borstreconstructie hersteld de borst onmiddellijk na de wegname van de borstklier. Voordeel is dat men onmiddellijk een borst heeft na de borstamputatie en de oorspronkelijke huid van de borst bewaard werd. Dit is de meest natuurlijke vorm van reconstructie. Indien radiotherapie (bestraling) verwacht wordt na de borstamputatie wordt geen onmiddellijke reconstructie uitgevoerd omdat bestraling de nieuwe borst kan beschadigen.

Laattijdige borstreconstructie

Een secundaire borstreconstructie is een borstreconstructie die plaats vindt enige tijd na de borstamputatie. Meestal moet hier de huid ook hersteld worden en moeten littekens van de vorige ingreep (of door de bestraling) verwijderd worden. De huid uit de buik gaat dan de huid worden van de nieuwe borst.

Aftekenen DIEP flap

De DIEP flap wordt afgetekend op de buikregio. De DIEP flap bestaat uit huid- en vetweefsel genomen uit de buikregio onder de navel. Belangrijk is dit mooi symmetrisch te verwijderen om asymmetrie te voorkomen van het litteken. Het patroon wordt nadien ingesneden tot op de rechte buikspier.

Oppervlakkige bloedvaten

De oppervlakkige bloedvaten (met name de vene of het afvoerend bloedvat) worden niet opgeofferd maar geïnclineerd in de DIEP flap. Dit bloedvat kan dienen als "backup" mochten er zich problemen voordoen bij de afvoer van het bloed.

Losmaken van de DIEP flap

De buitenste kant van de DIEP flap wordt ingesneden en progressief losgemaakt van de buikspieren. De chirurg gaat zo voorzichtig de volledig DIEP flap losmaken tot hij zicht krijgt op de perforant.

De volledige DIEP flap wordt losgemaakt over de volledige lengte, ook boven de navel. De navel zelf blijft verbonden aan de buikwand en wordt niet losgemaakt.

De huid boven de navel wordt eveneens gemobiliseerd. De huid en het onderhuids vetweefsel wordt eveneens losgemaakt van de buikspieren. Dit is nodig om nadien de wonde mooi zonder spanning te kunnen sluiten en de weefsels te mobiliseren.

Localisatie van de perforant

Het CT onderzoek voor de ingreep toont aan waar de beste perforant zich bevindt. De chirurg weet waar hij moet zoeken en welke richting hij moet uitgaan om dit bloedvat op te zoeken dankzij dit CT onderzoek. Eens de positie of localisatie van de perforant gevonden is gaat hij voorzichtig te werk om dit bloedvat niet te beschadigen.

Eens de perforant gevonden en gelokaliseerd is gaat de chirurg heel voorzichtig te werk. Hij gaat het weefsel (vetweefsel) rond de perforant vrij maken waardoor enkel het bloedvat nog geïsoleerd wordt. Dit gebeurt met fijne instrumenten en onder vergroting.

Dissectie van de perforant

Na het isoleren van de perforant wordt het vlies op de rechte buikspier beperkt ingesneden. Dit vlies noemt men de spierfascia. Onder deze fascia bevindt zich de eigenlijke rechte buikspier (rectusspier). Bij extreem moeilijke gevallen wordt soms een stukje fascia meegenomen om te voorkomen dat de perforant beschadigd wordt.

De perforant wordt nu progressief gevolgd doorheen de rechte buikspier. De buikspier wordt zo goed mogelijk bewaard en niet ingesneden. De spiervezels worden gespreid en de zenuwen in de spier worden bewaard om spierverzwakking na de ingreep te voorkomen. De perforant zal uitmonden in een groter bloedvat dat onder de buikspier loopt.

Dit groter bloedvat onder de spier wordt gevolgd tot in de liesregio waar het uitmondt in de grote bloedvaten die naar het been lopen. Hier stopt de dissectie en wordt het grotere bloedvat onder de buikspier afgeclipt.

Verwijderen DIEP flap

De dissectie van de DIEP flap is nu beëindigd. De DIEP flap bestaat nu uit huid- en vetweefsel en een aanvoerend en afvoerend bloedvat. Hiermee zal de nieuwe borst nu gereconstrueerd worden.

Sluiten van de fascia

De incisie van het vlies over de spier wordt gesloten. Dit vlies noemt men de spierfascia.

Sluiten van de buik en bepalen navelpositie

De buik wordt nu gesloten door de resterende huid boven de navel naar beneden te brengen. Ook wordt de nieuwe positie van de navel bepaald en ingesneden.

Modelleren van de navel

Na het bepalen van de nieuwe positie van de navel wordt de huid ingesneden. Het onderhuidse vetweefsel wordt deels verwijderd om een mooie natuurlijke look te krijgen van de navel.

Sluiten buiknaad

Na het in orde brengen van de navel wordt de buik definitief gesloten met resorbeerbare hechtingen en worden de wondnaden afgedekt met een wondlijm waardoor geen wondzorg nodig is postoperatief.

Voorbereiden van de borstkas

Het oude litteken van de vroegere borstamputatie wordt verwijderd. Dit litteken wordt opgestuurd voor onderzoek.

Voorbereiden van de pocket

De huid aan de bovenkant wordt ondermijnd en losgemaakt van de borstspier. Na de borstamputatie gaat de resterende huid van de borst vastgroeien aan de borstspier. De losgemaakte huid wordt de bovenkant van de nieuwe borst.

Opzoeken van de bloedvaten

De bloedvaten die lopen naast het borstbeen worden opgezocht. Dit gebeurt door het klieven van de spiervezels. Soms wordt een stukje kraakbeen verwijderd ter hoogte van het borstbeen om een goed zicht te hebben op de bloedvaten.

Zicht op de bloedvaten

De bloedvaten naast het borstbeen worden voorzichtig geïsoleerd. Deze bloedvaten zullen gehecht worden aan de bloedvaten in de DIEP flap waardoor de DIEP flap terug van bloed wordt voorzien en kan overleven.

De DIEP flap op de borstkas

De DIEP flap wordt gepositioneerd op de borstkas en nu is men gereed om de bloedvaten te connectoren onder de microscoop.

Microchirurgie

De bloedvaten in de DIEP flap worden geconnecteerd aan de bloedvaten naast het borstbeen. Hiervoor maakt de chirurg gebruik van de operatiemicroscoop. Er worden heel fijne hechtingsdraden gebruikt die amper zichtbaar zijn met het blote oog.

Modelleren nieuwe borst

De DIEP flap is nu de nieuwe borst geworden en dient in model gebracht te worden. Een deel van de huid van de DIEP flap wordt verwijderd omdat huid onder huid niet geneest. Bij het modelleren gaat de chirurg specifieke manoeuvres uitvoeren om de borst een mooie onderpool te geven met natuurlijke contouren.

Verwijderen van de huid

Zoals hierboven beschreven is het noodzakelijk om de huid van de DIEP flap te verwijderen op plaatsen waar de DIEP flap wordt bedekt door de oorspronkelijke huid van de vroegere borst.

Controle van de DIEP flap

Vooraleer alles gesloten wordt gaat de chirurg alles nog eens controleren. Hij controleert of er geen lekkage is ter hoogte van de bloedvaten, of alles droog is en of er geen knik zit in de bloedvaten. Hij gaat ook controleren of er nergens nog iets nabloedt om bloedopstapeling te voorkomen na de ingreep.

Inhechten DIEP flap

De operatie loopt op zijn einde en men gaat nu de flap inhechten en vorm geven. Er wordt een redon geplaatst om overtollig wondvocht af te voeren na de ingreep.

Hechten van de wondnaden

De operatie eindigt met het mooi inhechten van de wondnaden met een resorbeerbare hechting. Hierover komt wondlijm waardoor na de ingreep geen wondzorgen nodig zijn.