Microchirurgie

De chirurg verwijdert huid- en vetweefsel uit de buik, bil of rug en verplaatst dit naar de borst. Het verwijderde weefsel noemt men een weefselflap. Om de bloedvoorziening te herstellen in de weefselflap gebruikt hij de microscoop om de kleine bloedvaten aan elkaar te hechten waardoor opnieuw een bloedtoevoer en bloedafvoer zorgt voor de overleving van de weefselflap.

De DIEP flap bestaat uit huid- en vetweefsel van de buikregio. Het is de standaard techniek voor de reconstructie van de borst met eigen weefsel. De buikspieren blijven intact waardoor geen verzwakking van de buikwand optreedt. De DIEP flap wordt met microchirurgie getransplanteerd naar de borstregio met herstel van de bloedvoorziening in de flap.

De SGAP flap bestaat uit huid- en vetweefsel uit de bilregio. Het litteken verloopt schuin over de bil. Technisch is deze flap moeilijker en kan het vetweefsel wat stugger zijn. Ook hier wordt microchirurgie gebruikt om de bloedvoorziening te herstellen. De SGAP is een alternatief voor de DIEP flap wanneer deze niet haalbaar is (te weinig buikweefsel, vroegere ingrepen thv de buikwand).

De LUMBAR flap bestaat uit huid- en vetweefsel verwijderd uit de lage rugregio. Het is een alternatief voor de DIEP flap of SGAP flap. Technisch is deze flap moeilijker dan de DIEP flap maar geeft zeer natuurlijke resultaten omdat het vetweefsel in deze regio zeer goed in model te brengen valt. Zowel bij de SGAP als de LUMBAR flap wordt steeds een extra stukje bloedvat verwijderd uit de liesregio om de vaatsteel van deze flappen te verlengen. Dit vergemakkelijkt de ingreep.