Complicaties met prothesen

ALCL

Breast Implant Associated-Anaplastic Large Cell Lymphoma (BIA-ALCL) is een zeldzame en (indien vroeg ontdekt) goed behandelbare vorm van een (non-Hodgkin) lymfoma. ALCL komt frequenter voor bij patiënten die getextureerde prothesen hebben (ruw oppervlak) vergeleken met patiënten met prothesen met een glad oppervlak. ALCL is een aandoening van het immuunsysteem en niet van de borstklier; het is geen borstkanker. ALCL werd voor het eerst ontdekt in 1997 en het kan tot 10 jaar na implantatie duren vooraleer deze aandoening zich manifesteert. De aandoening beperkt zich meestal tot de regio rond de prothese. Zelden metastaseert ALCL. Er is geen verschil tussen silicone of watergevulde prothesen. Men ziet het vooral bij prothesen met een ruwer oppervlak (die ontwikkeld werden om verplaatsen tegen te gaan en minder kapselvorming zouden geven). Men weet niet waarom deze prothesen met een ruwer oppervlak ALCL veroorzaken. Misschien zijn sommige patiënten genetisch gevoeliger tot het ontwikkelen van ALCL. Irritatie rond het ruwe oppervlak zou ook kunnen aanleiding geven tot het ontstaan van ALCL.

- BIA-ALCL is een uiterst zeldzame aandoening die detecteerbaar en in een vroeg stadium zelfs geneesbaar is.
- Hoewel BIA-ALCL zeldzaam is, lijkt de aandoening vooral voor te komen bij vrouwen die op een bepaald moment een getextureerd implantaat hebben gehad.
- Getextureerde implantaten kunnen nog steeds geindiceerd zijn in zowel esthetische als reconstructieve gevallen om de best mogelijke resultaten te leveren of om het risico op complicaties zo veel mogelijk te beperken.
- Er zijn geen wetenschappelijk onderbouwde feiten die adviseren dat implantaten preventief verwijderd zouden moeten worden.
- Patiënten met borstimplantaten die geen klachten of symptomen hebben hoeven niets te doen.
- Een onverwachte zwelling van de borst of een knobbel in de borst moeten worden onderzocht door uw plastisch chirurg of een andere borstspecialist.
- Specifieke aanbevelingen voor het gebruik van getextureerde implantaten en implantaten met een glad oppervlak kunnen in Europa van land tot land verschillen op basis van de aanbevelingen van de respectievelijke gezondheidsautoriteiten.
- Plastische chirurgen die verantwoordelijk zijn voor indicaties met betrekking tot het gebruik van borstimplantaten moeten de nationale aanbevelingen opvolgen tot een internationale consensus bereikt en geïmplementeerd is.
- Op 21 november 2018 adviseerde het ANSM (Agence Nationale de Sécurité du Médicament et des produits de santé) in Frankrijk om gladde implantaten te gebruiken voor esthetische of reconstructieve chirurgie in afwachting van de definitieve beslissing van het comité van deskundigen.
- Zowel de ANSM, als de RBSPS, bevelen een jaarlijkse controle aan voor patiënten met borstimplantaten, ongeacht het merk of het omhulsel van het implantaat (ruwe getextureerde, gladde implantaten, implantaten met nano-oppervlak en met polyurethaancoating).

KAPSELVORMING

Eén van de meest frequente complicatie na het plaatsen van een prothesen is kapselvorming. Kapselvorming is littekenvorming rond de prothese. Een prothese is lichaamsvreemd materiaal en het lichaam reageert hierop door de prothese "af te stoten" of "in te kapselen". Over verloop van tijd kan dit leiden tot klachten zoals hard aanvoelen van de borst, koud aanvoelen van de borst, misvorming van de borst(contouren) of verplaatsen van de prothese. Kapselvorming kan ook de oorzaak zijn van prothese ruptuur; het verdikte kapsel oefent een kracht uit op de prothese waardoor plooien ontstaan. In die plooien ontstaan dan scheurtjes die verder kunnen evolueren naar een volledige ruptuur.

VERPLAATSEN

Een prothesen kan zich ook verplaatsen. Dit komt dikwijls voor bij prothesen geplaatst achter de spier door de werking van spier. Dikwijls ziet men de prothese naar buiten toe verschuiven. Ook anatomische of druppelvormige prothesen kunnen zich draaien wat vervelend is doordat de volumeverdeling in de borst wijzigt.

INFECTIE

Zoals bij alle chirurgische ingrepen is er steeds kans op infectie. Deze neemt toe indien er vreemd materiaal gebruikt wordt. Indien zich een infectie manifesteert moet de prothese verwijderd worden. Een nieuwe prothese mag pas geplaatst worden 3 tot 6 maand na het verwijderen van de geïnfecteerde prothese.

ANIMATIE BORSTSPIER

Borstspieranimatie komt voor bij prothesen geplaatst achter de borstspier. Bij het opspannen van de borstspier ziet men de prothese bewegen of verplaatsen naar buiten en boven toe. Vandaar dat meestal de voorkeur wordt gegeven om de prothese voor de spier te plaatsen (indien mogelijk) of een deel van de spier wat meer in te snijden om dit probleem te verhelpen. Borstanimatie bij plaatsen van een prothese achter de spier zou voorkomen tot in 60% der gevallen.

WATERFALL EFFECT

Een prothese achter de spier zal de neiging hebben om over verloop van tijd naar boven toe te verschuiven. De verlittekening houdt de prothese op zijn plaats terwijl het resterende borstkliervolume over de prothese heen naar beneden glijdt: dit het waterval fenomeen.

Het waterval effect: de borstklier glijdt over de prothese naar beneden toe.